De enig aandeelhouder van een Holding-BV schenkt de aandelen aan de directeur
van een werkmaatschappij van die BV. De aandelen zijn ongeveer € 7.800.000
waard. Volgens de Belastingdienst is sprake van loon uit dienstbetrekking. Dit
wordt verwerkt in een aanslag inkomstenbelasting met een inkomen uit arbeid
dat € 7.800.000 hoger is dan het aangegeven inkomen. De directeur wendt zich
tot de rechter.
**Standpunt directeur**
De directeur stelt dat sprake is geweest van een bijna helemaal vrijgestelde
schenking van aandelen in het kader van een reele bedrijfsopvolging. Verder
stelt hij dat het vereiste causale verband ontbreekt tussen het 'voordeel' en
zijn dienstbetrekking, dat er geen bedoeling was om hem te bevoordelen wegens
of te belonen voor zijn werkzaamheden en dat het 'voordeel' op basis van
maatschappelijke opvattingen niet als beloning wordt ervaren. De schenking is
volgens de directeur gedaan op grond van diverse andere motieven: zo heeft hij
de aandelen verkregen omdat hij de meest geschikte bedrijfsopvolger was, heeft
hij de aandelen gekregen onder de voorwaarde om deze ook weer (om niet) door
te leveren aan zijn toekomstige opvolger(s) en zou anders de continuiteit van
de onderneming in gevaar kunnen komen.
**Standpunt Belastingdienst**
Volgens de Belastingdienst is de schenking terecht als loon aangemerkt. Er is
een causaal verband tussen het voordeel en de dienstbetrekking. De
overheersende reden voor het verkrijgen van de aandelen ligt in de sfeer van
de dienstbetrekking. De directeur had immers geen bijzondere, persoonlijke
band met de schenker en kreeg de aandelen omdat hij in de uitoefening van zijn
functie had bewezen een waardige opvolger te zijn van de schenker. Ook de door
de directeur geschetste motieven voor de schenking wijzen er volgens de
Belastingdienst op dat de aandelen zijn geschonken in het kader van de
dienstbetrekking.
**Uitgangspunten rechter**
De rechter neemt de volgende uitgangspunten als richtsnoer bij zijn
overwegingen.
Loon is al hetgeen uit een (vroegere) dienstbetrekking wordt genoten,
daaronder mede begrepen hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het kader van de
dienstbetrekking.
Het gaat in dit geval volgens de rechter niet om de vraag of er sprake is van
een verstrekking 'in het kader van de dienstbetrekking', zoals de
Belastingdienst aanvoert, maar om de vraag of de (waarde van de) aandelen loon
uit dienstbetrekking vormen. Volgens de Belastingdienst heeft de directeur de
aandelen immers niet gekregen om zijn dienstbetrekking naar behoren te kunnen
uitoefenen, maar als gevolg van de dienstbetrekking zelf (en de vervulling
daarvan).
Tot het loon behoort verder niet alleen wat de eigenlijke (formele) werkgever
verstrekt, maar het kan onder omstandigheden ook omvatten wat uit hoofde van
de dienstbetrekking wordt ontvangen van derden. De rechter merkt op dat hij
hierbij het oog heeft op voordelen die worden genoten van een ander dan de
werkgever.
De bewijslast voor het bestaan en de omvang van een loonvoordeel rust op de
Belastingdienst. Dat betekent dat de Belastingdienst aannemelijk moet maken
dat de schenking een voordeel betreft dat loon (al dan niet van derden) uit
dienstbetrekking vormt.
**Overwegingen rechter**
De rechter stelt voorop dat de aandelen voorafgaand aan de schenking behoorden
tot het privevermogen van de schenker en niet tot het vermogen van de
werkgever van de directeur (noch van een andere, tot het concern behorende
vennootschap). Gesteld noch gebleken is dat de schenker op de een of andere
manier door de werkgever van de directeur of anderszins is gecompenseerd voor
de verarming die bij hem is opgetreden als gevolg van de levering van de
aandelen aan de directeur.
De Belastingdienst heeft tegen deze achtergrond geen feiten en omstandigheden
aannemelijk gemaakt die de conclusie rechtvaardigen dat de aandelen toch loon
van de werkgever vormen, waarmee de werknemer (de directeur) als zodanig is
bevoordeeld. De Belastingdienst heeft weliswaar gewezen op het causale verband
tussen het verkregen voordeel en de dienstbetrekking, maar een dergelijk
verband alleen betekent nog niet dat de werkgever dit voordeel aan de
werknemer als zodanig heeft verstrekt.
De rechter leidt uit de getuigenverklaringen van de schenker af dat hij de
aandelen uit eigen beweging, als natuurlijke persoon en aandeelhouder, en
onder naar eigen wens en inzicht opgemaakte voorwaarden, heeft overgedragen
aan de directeur. Het motief om de aandelen te schenken kwam voort uit de
diepgewortelde wens van de schenker dat de onderneming zijn karakter en
zelfstandigheid zou behouden. Hierbij speelde de zorg voor de toekomst van de
onderneming een grote rol: de schenker wilde niet dat het concern ten prooi
zou vallen aan grotere spelers in de markt, die naar zijn stellige overtuiging
de winstgevende activiteiten eruit zouden lichten om het restant vervolgens
dood te laten bloeden. De schenker heeft in dit verband bij herhaling gewezen
op de meer dan honderdjarige historie van dit van oorsprong familiebedrijf.
Daarom acht de rechter het waarschijnlijker dat de schenker - die zowel
bestuurder was als enig aandeelhouder van de houdstervennootschap - bij zijn
beslissing om de aandelen te schenken vooral zijn aandeelhouderspet op had en
niet zozeer zijn bestuurders-/werkgeverspet. Daarbij past in de ogen van de
rechter dat de directeur de aandelen niet ongeclausuleerd heeft verkregen,
maar die aandelen - onder dreiging van een ontbindende voorwaarde die de
schenker kan inroepen - te zijner tijd moet doorgeven aan zijn opvolgers. In
feite heeft de directeur dus niet de aandelen vrij in handen gekregen, maar
alleen de volledige zeggenschap plus het recht op de winsten (dividenden) zo
lang hij bestuurder blijft. Ontegenzeggelijk zou de directeur dit voordeel
nooit hebben genoten als hij geen werknemer van het concern was geweest. De
schenker zag eiser immers als zijn opvolger, omdat hij in de ogen van de
schenker in zijn functie als directeur had bewezen dat hij uit het juiste hout
was gesneden om de onderneming in al zijn facetten te leiden en te behouden op
de wijze zoals de schenker dat wenste. Echter: niet alle voordelen die zonder
de dienstbetrekking niet zouden zijn verkregen, vormen ook loon 'uit' die
dienstbetrekking.
Zoals gezegd kan er ook sprake zijn van loon als het voordeel door een ander
dan de werkgever is verstrekt. Er is dan alleen sprake van belast loon, als
het voordeel is verstrekt in opdracht van en voor rekening van de werkgever.
De Belastingdienst heeft geen feiten gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt,
die erop wijzen dat de werkgever uiteindelijk de rekening heeft betaald,
bijvoorbeeld door de schenker in prive te compenseren. De enkele wetenschap
van de schenking bij de werkgever van de directeur doet aan het voorgaande
niet af: die wetenschap maakt nog niet dat de werkgever ook de opdracht heeft
gegeven en de rekening heeft betaald.
De rechter oordeelt ten slotte dat er ook geen sprake is van fooien en
dergelijke prestaties van derden. Om daarvan te kunnen spreken, is namelijk
vereist dat sprake is van prestaties die kunnen worden beschouwd als
vergoeding, in ruime zin, voor hetgeen de werknemer als zodanig heeft
verricht. De Belastingdienst heeft niet aannemelijk gemaakt dat hiervan sprake
is geweest en dat de aandelen dus de vergoeding zijn voor werkzaamheden die de
directeur heeft verricht.
Partijen zijn het erover eens dat de directeur door de schenking is
bevoordeeld. Dat de directeur in dienstbetrekking is bij het concern en geen
nauwe, persoonlijke relatie met de schenker heeft, maakt op zichzelf niet dat
daardoor de schenking een vergoeding vormt voor bepaalde prestaties die de
directeur heeft verricht. Hoewel de directeur sinds geruime tijd bij het
concern werkzaam is, is opgeklommen tot directeur en ten tijde van de
schenking in die functie bij het concern werkzaam was - en de rechter
aannemelijk acht dat de schenker onder die omstandigheden tot de conclusie is
gekomen dat de directeur de meest geschikte bedrijfsopvolger is - heeft de
Belastingdienst daarmee niet aannemelijk gemaakt dat het overheersende motief
voor de schenking de bedoeling is geweest om de directeur te bevoordelen voor
diens prestaties.
**Conclusie
** De rechter leidt uit hetgeen partijen hebben aangevoerd, de notariele akte
van levering en de feitelijke gang van zaken af dat de schenking in ieder
geval voor een belangrijk deel is ingegeven met het oog op de continuiteit van
de onderneming van het concern, vooral nu in de notariele akte een
doorgeefverplichting is opgenomen. De getuigenverklaringen van de schenker
vormen hier ook een bevestiging van.
Het beroep is gegrond. Daarom vermindert de rechter het inkomen waarop de
aanslag inkomstenbelasting was gebaseerd met € 7.800.000 tot een belastbaar
inkomen uit werk en woning van € 233.836. Verder moet de Belastingdienst het
griffierecht vergoeden en krijgt de directeur een vergoeding van zijn
proceskosten.
**Let op:** Dat de belastingheffing vanwege de bedrijfsopvolgingsregelingen
zeer laag zou zijn als hier sprake was van een schenking, stond wel vast. Maar
het was spannend of de rechter het standpunt van de Belastingdienst, dat
sprake was van loon uit dienstbetrekking, zou volgen.
OVER ONS
Bij Smit & de Wolf maken de mensen het verschil
Bij Smit & de Wolf maken de mensen het verschil. Voor zaken die te automatiseren zijn, zetten we de nieuwste technologie in. Zo blijft er meer tijd om te doen waar we goed in zijn: de CFO zijn die een bedrijf nodig heeft. Dat we zorgen voor aangiftes, jaarstukken en loonadministratie is vanzelfsprekend, maar wij zijn er ook voor een gesprek met de kleinkinderen over een samenlevingscontract of als het bedrijf overgaat op de kinderen.
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief voor maandelijkse updates over onze diensten. Zo blijft u op de hoogte van wijzigingen in het belasting- of werknemersrecht.