Een DGA en zijn vrouw kopen een huis. Voor de aanschaf hebben ze een
banklening met bouwdepot van € 1.500.000 afgesloten. Het is een annuitaire
lening met een looptijd van 30 jaar. Na enkele jaren sluit de DGA bij zijn BV
een dertigjarige annuitaire lening en lost daarmee een deel van de banklening
af. De Belastingdienst weigert aftrek van de rente op deze nieuwe lening.
**Uitgangspunten bij de rechter
** De rechter gaat er vanuit dat de nieuwe lening is aangegaan in verband met
de eigen woning.
De belastbare inkomsten uit eigen woning bestaan uit de voordelen uit eigen
woning verminderd met de op die voordelen drukkende aftrekbare kosten. Onder
de aftrekbare kosten met betrekking tot een eigen woning vallen onder meer de
renten van schulden die behoren tot de eigenwoningschuld. Bepalend voor het
antwoord op de vraag of de DGA recht heeft op aftrek van de betaalde rente, is
dus of de nieuwe lening als eigenwoningschuld kan worden aangemerkt.
Volgens de Belastingdienst is, doordat een te lange looptijd is afgesproken -
opnieuw dertig jaar, terwijl de eerste lening al enkele jaren liep - geen
sprake van een eigenwoningschuld met recht op rente-aftrek.
De DGA stelt dat de nieuwe lening weliswaar is aangegaan voor een periode van
30 jaar, maar dat dat niet fataal is omdat de looptijd van de lening nog niets
zegt over wat gedurende de looptijd daadwerkelijk zal gebeuren voor wat
betreft de aflossingen. Er staat bij het aangaan van de lening immers nog niet
vast hoe lang de daadwerkelijke looptijd zal zijn.
**Eigenwoningschuld
** Onder eigenwoningschuld wordt verstaan het gezamenlijke bedrag van de
schulden van de belastingplichtige:
* die zijn aangegaan in verband met een eigen woning;
* ter zake waarvan een contractuele verplichting geldt tot het gedurende de looptijd ten minste annuitair en in ten hoogste 360 maanden volledig aflossen;
* ter zake waarvan aan de verplichting tot aflossing wordt voldaan (aflossingseis),
* en ter zake waarvan, ingeval van een lening van een eigen BV, aan de verplichting tot informatieverstrekking wordt voldaan.
Als een schuld tijdens de looptijd voor hetzelfde of een lager bedrag wordt
vervangen door een nieuwe schuld, geldt dat de looptijd van de nieuwe
contractuele verplichting nog maximaal de resterende looptijd van de
voorgaande schuld mag zijn.
**Toepassing op de zaak**
De stelplicht en bewijslast dat sprake is van een eigenwoningschuld rust op
belanghebbende.
De rechter is van oordeel dat de DGA voor de nieuwe lening niet aannemelijk
heeft gemaakt dat sprake is van een eigenwoningschuld. Deze lening is
feitelijk een voortzetting van de lening banklening. In de overeenkomst bij de
nieuwe lening is een looptijd opgenomen van 360 maanden, zonder dat daarbij
rekening is gehouden met de reeds verstreken looptijd van de banklening. Bij
elkaar is de looptijd van de leningen dus langer dan 360 maanden. De DGA is
bij de berekening van de annuiteit voor de nieuwe lening eveneens van een
looptijd van 360 maanden uitgegaan, zonder daarbij rekening te houden met de
reeds verstreken looptijd van de banklening.
De DGA voert nog aan dat de nieuwe lening inmiddels door verrekening met een
dividenduitkering vanuit de BV volledig is afgelost en dat daardoor de
maximale termijn van 360 maanden uiteindelijk niet is overschreden. Dit
argument gaat niet op. Voor de vraag of sprake is van een eigenwoningschuld is
namelijk de contractuele verplichting leidend. Op basis van de contractuele
verplichting is geen sprake van eigenwoningschulden. Dat feitelijk eerder is
afgelost, is hiervoor niet relevant.
**Conclusie**
De rechter stelt de Belastingdienst volledig in het gelijk.
**Let op:** Als u een bestaande dertigjarige en annu itaire eigenwoninglening
(deels) door een nieuwe vervangt, mag de totale looptijd van de leningen dus
niet meer dan dertig jaar (360 maanden) zijn. Is dat wel het geval dan hebt u
geen recht op rente-aftrek over de nieuwe lening.
OVER ONS
Bij Smit & de Wolf maken de mensen het verschil
Bij Smit & de Wolf maken de mensen het verschil. Voor zaken die te automatiseren zijn, zetten we de nieuwste technologie in. Zo blijft er meer tijd om te doen waar we goed in zijn: de CFO zijn die een bedrijf nodig heeft. Dat we zorgen voor aangiftes, jaarstukken en loonadministratie is vanzelfsprekend, maar wij zijn er ook voor een gesprek met de kleinkinderen over een samenlevingscontract of als het bedrijf overgaat op de kinderen.
Schrijf u in voor onze nieuwsbrief voor maandelijkse updates over onze diensten. Zo blijft u op de hoogte van wijzigingen in het belasting- of werknemersrecht.