De werkkostenregeling, waarmee werkgevers onbelast vergoedingen kunnen geven aan werknemers, wordt vereenvoudigd. Zo gaat de personeelskorting, waarmee werkgevers hun medewerkers maximaal € 500 per jaar belastingvrij aan eigen producten kunnen geven met een maximale korting van 20%, vervallen. Uit een evaluatie volgen nog elf andere aanbevelingen. Het kabinet heeft al aangekondigd welke aanbevelingen worden overwogen. Op Prinsjesdag wordt bekend wat het kabinet daarmee doet.
Aanbeveling 1: Afschaffen eerste schijf vrije ruimte
Een werkgever kan onder voorwaarden gebruikmaken van een generieke vrijstelling, de zogenoemde vrije ruimte, om daarmee een werknemer een onbelaste vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling te geven. Om hiervan gebruik te kunnen maken moet de werkgever de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling aanwijzen als eindheffingsloon. De werkgever is degene die de belasting verschuldigd is als en voor zover de vrije ruimte wordt overschreden. De hoogte van de vrije ruimte is afhankelijk van de totale fiscale loonsom van de werkgever. In 2026 bedraagt de vrije ruimte 2% over de eerste € 400.000, plus 1,18% over de resterende fiscale loonsom. De eindheffing bedraagt 80% over de eventuele overschrijding van de vrije ruimte.
De eerste schijf van de vrije ruimte binnen de WKR is bedoeld om met name mkb-ondernemingen tegemoet te komen. Sinds 2020 is het tweeschijvenstelsel ingevoerd, waardoor een hoger percentage vrije ruimte bij werkgevers met lage loonsommen terechtkomt. Het afschaffen van de eerste schijf is een complexiteitsreductie die het kabinet wil betrekken in de augustusbesluitvorming.
Aanbeveling 2: Afschaffen gerichte vrijstelling korting op branche-eigen producten
Het kabinet stelt voor deze gerichte vrijstelling af te schaffen per 1 januari 2027. Voor werkgevers die personeelskorting verstrekken en werknemers die momenteel korting ontvangen kan een aanpassing per 1 januari 2027 onverwacht ingrijpend zijn, ook omdat (collectieve) arbeidsvoorwaarden hierover eventueel moeten worden aangepast. Na afschaffing van deze gerichte vrijstelling kunnen werkgevers wel nog steeds belastingvrij korting geven op hun bedrijfseigen producten via de vrije ruimte. Het is dan niet langer nodig om de maximumbedragen bij te houden die nu gelden voor de gerichte vrijstelling en de werkgever hoeft het voordeel (voor de loonbelasting) niet meer op werknemersniveau te registreren. Dat zorgt voor een administratieve vereenvoudiging.
Aanbeveling 5: Afschaffen diensttijdvrijstelling (jubileumuitkering 25/40 jaar in dienst)
De huidige diensttijdvrijstelling (maximaal één onbelast maandloon bij 25 en 40 jaar in dienst) is als ondoelmatig beoordeeld, mede omdat het doel minder relevant is in de huidige arbeidsmarkt met aandacht voor wendbaarheid. Het structurele voordeel komt bij relatief welvarende werknemers terecht. Deze aanbeveling wordt gewogen in de augustusbesluitvorming. Veel cao’s kennen een uitkering bij een diensttijd van 12½, 25, 40 en 50 jaar, waarbij de uitkering bij 12½ en 50 jaar nu belast zijn, dan wel ten laste van de vrije ruimte komen. De aanbeveling dat dit dan ook zal gaan gelden voor de diensttijduitkering bij 25 en 40 jaar.
Aanbeveling 7: Inflatie-indexatie doelmatigheidsgrens (€ 2.400) gebruikelijkheidscriterium
De WKR kent een regel die als doel heeft om misbruik van het gebruiken van de vrije ruimte te voorkomen, het zogenoemde gebruikelijkheidscriterium. Dit criterium is algemeen geformuleerd en wordt als complex ervaren. De Belastingdienst hanteert een doelmatigheidsgrens van € 2.400 per jaar per werknemer. Onder dit bedrag wordt aangenomen dat vergoedingen gebruikelijk zijn. Deze doelmatigheidsgrens is sinds 2014 niet geïndexeerd. Voorgesteld is voor deze grens te indexeren omdat door het uitblijven van indexatie de doelmatigheidsgrens gaandeweg strenger is geworden. Het kabinet vindt algemene indexatie van de huidige doelmatigheidsgrens minder passend. Het kabinet ziet echter wel dat een doelmatigheidsgrens een eenvoudigere toets is dan het gebruikelijkheidscriterium zelf. Daarom wil het kabinet een doelmatigheidsgrens wettelijk vastleggen voor alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die ten laste van de vrije ruimte komen, gecombineerd met jaarlijkse indexatie. Dit voorstel wordt nog nader uitgewerkt.
Aanbeveling 8: Samenloop thuiswerk- en reiskostenvergoeding toestaan
Momenteel is het niet mogelijk om voor dezelfde dag een gericht vrijgestelde thuiswerkkostenvergoeding en reiskostenvergoeding te geven als een werknemer op die dag zowel thuiswerkt als op diens vaste plaats van werkzaamheden. Aanbevolen is om samenloop wel toe te staan. Werkgevers hebben een regel minder waar rekening mee moet worden gehouden en hoeven niet langer te controleren of een werknemer toevallig beide vergoedingen onbelast op dezelfde dag ontvangt. Tegelijkertijd heeft de Belastingdienst bij het toestaan van deze samenloop minder contra-informatie om te controleren of een werknemer die dag thuis heeft gewerkt. Het kabinet onderzoekt daarbij opties die voorkomen dat het loslaten van het verbod op samenloop als effect heeft dat sommige werkgevers iedere werknemer die kan thuiswerken automatisch een thuiswerkkostenvergoeding geven met als voorwaarde dat deze werknemer belast loon inlevert. Zoals een verbod op uitruil. De effecten op de CO2-uitstoot en de bereikbaarheid van werklocaties (i.v.m. congestie) worden hierbij ook meegenomen. Besluitvorming hierover vindt plaats in augustus.
Aanbeveling 10: WKR zeer terughoudend inzetten voor aanvullende beleidsdoelstellingen
Uit de evaluatie volgt dat nieuwe gerichte vrijstellingen waarbij een bepaalde stimulans het beleidsdoel is, in de regel minder doeltreffend zijn. Dergelijke regelingen zorgen vooral voor complexiteit en ze zijn niet nodig, omdat de vrije ruimte hier voor kan worden ingezet. Het kabinet neemt deze aanbeveling expliciet over en roept de Tweede Kamer ook op terughoudend te zijn bij het toevoegen van beleidsdoelstellingen aan de WKR. Dit draagt bij aan blijvende vereenvoudiging en beperking van administratieve lasten voor ondernemers en de Belastingdienst.
Aanbeveling 11: Onderbouw eindheffingstarief en pas aan indien nodig
Aanbevolen wordt om een nieuwe cijfermatige onderbouwing te geven van het eindheffingstarief (nu 80% bij overschrijding van de vrije ruimte) en deze te actualiseren. Historisch is het tarief gerelateerd aan de marginale belastingdruk inclusief werkgeversheffingen. Een verhoging van het percentage naar de huidige gemiddelde marginale belastingdruk wordt nader onderzocht en opvolgend gewogen in de augustusbesluitvorming.
Aanbeveling 12: Verhoog bekendheid met de WKR
Ondanks bestaande informatievoorziening via de Belastingdienst, nieuwsbrieven en het Ondernemersplein blijkt de bekendheid met en het juiste gebruik van de WKR bij werkgevers nog voor verbetering vatbaar. Het kabinet neemt de aanbeveling over en zal met meer regelmaat aandacht besteden aan de WKR. Ook heeft het kabinet besloten geen horizonbepaling (einddatum) voor te stellen voor de gerichte vrijstelling voor scholing en studie, maar deze vrijstelling beter onder de aandacht te brengen.




Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur.
Block quote
Ordered list
Unordered list
Bold text
Emphasis
Superscript
Subscript



